|
Kanjersnoek!
De zomer is voorbij. De nachten zijn een stuk frisser geworden en overdag wordt de 20 0C niet meer bereikt. De grutto's en zwaluwen zijn al weg en de kieviten worden onrustig. Heel
voorzichtig is de herfst begonnen, al hangen de meeste bladeren nog aan de bomen. De echte herfststormen moeten nog komen. Nu in de vroege herfst is het weer nog mild, maar is de menselijke drukte op en rond het
water grotendeels verdwenen. Het water zelf is niet meer zo warm als in de zomer, en de roofvis is een groter gedeelte van de dag actief. Dit is de ideale tijd om op dieper water achter de grote snoek aan te
gaan.
Met het frisser worden van de nachten en het korten van de dagen begint het Teye en mij te kriebelen om op grootwild-jacht te gaan in "onze" zandafgraving. We zijn beide
verknocht aan kunstaasvissen maar we weten uit ervaring dat je voor grote snoek op groot water in het najaar veel betere kansen hebt met gesleept dood aas. We besluiten voor de eerste keer van het seizoen een
schot te wagen.
Voordat de zon boven de kim is verschenen tillen we Teye's boot in het water en geven vistassen, dieptemeter en hengels een plekje. Teye heeft ook zijn pas-aangeschafte electromotor
meegebracht, dus vandaag wordt een luxe dag. We duwen het bootje naar dieper water en stappen in. Heerlijk in de vroege herfst 's morgens vroeg het grote water op. Boven dieper water aangekomen hangen we ieder een
haring van zo'n 30 cm aan onze takels. Een schuifende haak door de neus van de haring en twee dreggen maatje 2 op 1/3 en 2/3 in één flank. Daarna trekken we de haring krom door het draad van de takel door het
siliconen-hulsje om de steel van de enkele haak te trekken. De haring zal tijdens het slepen nu langzaam gaan tollen, en een dergelijke haring in "stervensnood" is onweerstaanbaar voor snoek. Tussen de
takel en de lijn zit een wartel met kogellagertjes met daarvoor een wartelloodje om kinken van de lijn te voorkomen. Zelf schuif ik over de wartel aan de voorkant van de takel nog een rubber imitatie-inktvisje. Dat
wapperende rokje 20 cm voor de haring moet de snoek extra prikkelen. Als dobber gebruiken we sigaar-vormige sleepdobbers die Teye zelf maakt, welke middels een trolling-adaptor aan de lijn bevestigd zijn. Teye
gebruikt een 1 3/4-ponds karperhengel van 3.50 m, zelf gebruik ik een tot sleephengel omgebouwde matchhengel van 3.65 m met een testcurve van 1 1/2 pond. Beiden hebben we een baitrunner als molen, zodat bij een
aanbeet een snoek lijn kan nemen zonder dat veel weerstand gevoeld wordt.
Teye zet zijn stuitje op 2 m, hij vist aan de buitenkant dus de ondiepe kant, ik begin op 5 m. Met de electromotor stuurt Teye ons geruisloos over dieptes tussen de 4 en 10 m heen.
Bij de eerste bocht is het raak voor Teye. Zijn dobber schiet weg. Helaas slaat hij een gat in de lucht. De tandafdrukken op de haring geven aan dat het om een "kleintje" van een cm of 80 ging. Bij een
diep stuk voor een grote rietkraag verdwijnt zijn dobber opnieuw onder water. Weer mis. Shit! Teye vloekt als hij de nieuwe verwondingen op zijn haring ziet. Je hebt van die dagen! Het was vast weer een kleintje
moeten we maar denken. Voor de rietkraag gaan we even voor anker liggen, Teye weet zijn twee missers enigszins te compenseren door een snoekje van 65 cm aan een zelfbouw-spinnerbait te vangen. Het weer is bijkans
ideaal: een lichte sluierbewolking met een zuidoostenwind kracht 3 die voor een kabbel op het water zorgt.
Om half tien gaan we anker op en glijden naar wat wij de hotspot noemen. Hier loopt onder water een ondiepe rug tot in het diepe water ver van de kant. Op de hotspot had Teye twee
jaar geleden eens twee meter snoeken op een dag weggevangen. Beide ook op een haring. We praten over die vangst en het feit dat we sindsdien geen succes meer op de hotspot, of op ander plaatsen op ons water, gehad
hebben, hoe vaak we het ook probeerden. En we spreken over"de anderen" die het dan wel lukt metersnoeken te vangen. Petrus kan dit klagen blijkbaar niet langer meer aanhoren want opeens is mijn dobber weg.
Dat zal wel weer een vastloper zijn, want ik vis redelijk diep. De beugel van de molen open, er wordt lijn genomen maar niet snel. Drijft de boot af? Maar de dobber komt in ieder geval niet meer boven en de lijn
stopt af te lopen. Teye draait snel zijn spullen binnen. Mijn hart bonkt in mijn keel. Ik wijs met de hengel naar de plaats waar mijn nylon onder water verdwijnt, draai met licht trillende vingers strak totdat ik
contact voel en haal dan de hengel naar achteren. Vast! Zij hangt! Veel weerstand geeft deze vis niet en ik kan gemakkelijk 10 m lijn binnenpompen. Dan buigt de hengel opeens dieper en dieper. Toch groter dan 80 cm
dus. De dobber is even zichtbaar met daaronder een schim. De snoek duikt onder de boot en de buigende hengeltop geeft de richting aan waar de vis zwemt. Ik probeer de vis omhoog te krijgen maar er verdwijnen steeds
meer ogen van de hengel onder water. Dan krijst de slip het uit. Dit is meterwerk zeg ik tegen Teye. Wat een kracht! Het gaat nog wel even een tijdje duren. Een blik op mijn horloge verteld mij dat het 10 voor 10
is. Teye is ondertussen begonnen foto's te maken. Onze harten kloppen sneller. We overleggen hoe we het beste de vis kunnen landen; vanuit het kleine bootje of uitstappen en vanaf het strandje vlakbij. De snoek is
even aan de oppervlakte. We zien een staart uit het water steken zo groot als twee handen. Twee echte handen. Twee van die kolenschoppen. Dat wordt dus landen vanaf het strandje. Kolkende wellingen achterlatend
duikt de snoek weer de diepte in. Meters lijn worden door de slip gescheurd.
Na nog enkele runs ligt de snoek in het oppervlak en probeert het electromotortje de boot met twee opgewonden vissers en een grote snoek tegen de wind in naar het strandje te
duwen. Het strandje is maar 50 m verwijderd, maar de snoek remt vreselijk af. We vorderen centimeter voor centimeter. De snoek komt weer bij en duikt opnieuw door de slip de diepte in. Het gevecht begint gewoon weer
opnieuw. De kracht van deze vis is werkelijk formidabel. Zo iets hebben we beiden nog nooit meegemaakt. Na een paar runs ligt de snoek opnieuw aan de oppervlakte en glijdt het bootje over de ondiepe plaat richting
strand.
Ik stap uit in het laarsdiepe water, met een inmiddels pijnlijke onderarm, en pomp de snoek decimeter voor decimeter naar me toe. Goh, wat een knoert! Teye heeft het bootje verderop
gestrand en komt door het ondiepe water aanlopen. ook hij schrikt van de afmetingen. Ik was van plan de snoek met de hand te pakken, maar deze vis is gewoon te groot! De snoek zwemt nu op mij af. Ik hou mijn laarzen
tegen elkaar, stel je voor dat zij daar tussen door zwemt... We besluiten het net te gebruiken. Teye gaat het net uit de boot halen. Opeens neemt de snoek een spurt in het 30 cm diepe water richting het talud 20
meter verderop. Als de snoek het talud haalt en de diepte in duikt zal het nylon over de rand schuren. Ik voer de druk op, maar de kracht-explosie is niet te stoppen. De lijn wordt weer moeiteloos van de
molenspoel gegrist. De snoek is nu nog 1 meter van het talud. Ik druk mijn wijsvinger tegen de spoel en hang werkelijk in de hengel. Net boven de glooiing keer ik de vis. Nogmaals pomp ik met een pijnlijke
rechter-arm de snoek naar ons toe. Het lichaam van deze vis is zo hoog, we krijgen het net er niet eens onder! Een paar stappen naar dieper water en daar lukt het Teye met moeite om het net er vanaf de staart onder
te schuiven. Het net heeft armen van één meter, maar is toch eigenlijk te klein. We tillen het net samen naar de kant. Poeff, nu merken we pas hoe zwaar deze snoek is. Het is kwart over 10.
De snoek zit mooi voorin gehaakt aan de achterste dreg van de takel. Op de kant knip ik meteen de andere haken los en wip dan met een tang het dregje uit de bek. Nu even de
wetenschap bevredigen. De lengte is 117 cm (ergens had ik gehoopt op 1.20 m). Wegen. Teye's unster gaat tot 12 kilo. De naald klapt dan ook meteen tegen het eind. Hoe zwaar is deze vis? 26 pond? 30? 28? De snoek is
1 cm korter als mijn lengte-record, maar duidelijk zwaarder en veel en veel sterker. Wat maakt ons het exacte gewicht ook uit, we hebben in ieder geval optimaal genoten van de vangst. Met mijn 1/2 -ponds hengel heb
ik 25 minuten moeten drillen.
Na een serie foto's zetten we de mooie dame voorzichtig terug. Ze wacht even en zwemt dan in één keer naar het diepe water. Wellicht geeft ons dat nog de meeste voldoening. De EOS
100 begint terug te spoelen: Teye heeft het filmpje volgeschoten, en terecht. Zoiets maak je niet ieder seizoen mee. Voor dit soort vangsten ga je het grote water op. We feliciteren elkaar met deze kanjersnoek, want
je vangt zo'n vis als team en beleeft het samen. Terug in de boot op het water begin ik, verkerend in een droom-toestand, een nieuwe takel aan te knopen. Voor mij is deze visdag, wat zeg ik, dit visjaar al volmaakt. Na ongeveer 8 keer verkeerd aanknopen vis ik ruim een half uur later weer met een haring. We slepen verder. Als ik mijn haring een keertje controleer blijken er tand-afdrukken in te staan. Ik heb een snoek gemist, dikke prutser! Maar het kan me weinig schelen. Het wordt ondertussen zonnig en steeds warmer. Het wordt te mooi weer, te rustig. We beleven dan ook niets meer totdat we 's avonds om half zeven, als de zon begint te verdwijnen, ophouden. Maar de komende dagen zal ik in een roes leven. Een roes veroorzaakt door een beresterke kanjersnoek!
Diederik Terlaak Poot
|