Snoek in Canada

Wonderschoon vissen Canada.

Kanjersnoek

Ik ben 32 jaar en werk bij de Koninklijke Luchtmacht, sinds 26 juni 2000 in Goose Bay, Labrador, Canada. Ik ben hier voor een periode van 5 jaar geplaatst, tesamen met mijn vrouw, Marjolein. Voor dat wij naar Canada gingen woonden wij in Wolvega, Friesland.

Al jaren ben ik een fanatiek sportvisser, met name op snoek. In het begin veel gevist in polders en sinds 1998 op groot water samen met mijn vismaat die in Reeuwijk woont.

We visten veel in Noord- en Zuid-Holland en het aantal metersnoeken nam ook goed toe in vergelijking tot de “polderjaren”. Die visserij op snoek mis ik hier wel, het vissen is hier wel geweldig goed, maar je moet er altijd ver voor weg. In de omgeving van ons dorp kun je alleen nog kleine forel vangen, om grotere vissen te vangen moet je of 400 km rijden of je moet met een watervliegtuig/helikopter weg. Gelukkig heb ik daar al een aantal malen de gelegenheid voor gehad zonder dat het enorme bedragen kostte. Zo ben ik dit jaar 2x met een watervliegtuig weggeweest en 1x met een heli. En dan is het vissen echt fantastisch goed. De eerste keer met het watervliegtuig in 5 dagen vissen 38 snoeken, waaronder 1 van 103 cm en nog 6 grote forellen (2 tot 4 pond). De tweede keer in 4 dagen vissen 40 snoeken (100 en 107 cm (zie foto’s) + 7 negentigers) en 9 grote forellen. De forel nagengoeg allemaal aan de vlieghengel gevangen, dat is nu mijn nieuwe “verslaving”. De mooiste trip was die met een heli, naar een zalmrivier. 3 dagen op atlantische zalm gevist (met vlieg) en 1 gevangen van 85 cm en 13 pond. In totaal heb ik dit jaar 11 dagen op snoek gevist, en 96 snoeken gevangen waarvan 3 meters en zo’n 10-15 negentigers.

Het visseizoen is hier op 15/9 gesloten, erg kort dus. De winters zijn hier enorm streng, zo’n 4 tot 5 meter sneeuw per winter. De nationale sport van de Canadesen is dan op de sneeuwscooter weggaan om te ijsvissen. Die ervaring heb ik vorig jaar opgedaan en is erg goed bevallen. We vissen dan door ongeveer 1 meter ijs in een gaatje dat je boort met een motorische boor, doorsnee ongeveer 20 cm. De vangsten bestaan uit smelt (soort grote spriering), kabeljauw (het is hier een baai van de zee waar een rivier in uitkomt dus brak/zout water) en forel.

Afgelopen weekend heb ik nog met mijn vismaat uit NL gebeld. Zijn resultaten zijn tot nu toe erg goed. Had hij vorig jaar 19 metersnoeken (119 cm als grootste) nu staat de stand al op 14 (116 cm als topper). Maar gezien de berichten over al de regen zal het nu haast wel gebeurd zijn met de goede vangsten, of niet? In november ben ik voor 2 weken in NL, hoop dat het dan een beetje goed is. Het plan is dan om met de vliegenhengel achter de snoek aan te gaan.

Maar goed een verhaal (echt waar gebeurd!). Ik voelde me overigens wel een beetje een sukkel, maar dat zul je wel begrijpen.

Op 12 juni vertrok ik met een collega met een watervliegtuig naar een viskamp hier zo’n half uur vandaan vliegen. Dit kamp ligt aan een groot meer, vanwaar je met bootjes en vanaf de kant op forel (beekforel) en snoek kunt vissen. Het was nog vroeg in het seizoen, dus het water stond aardig hoog waardoor het goed vissen was vanaf de kant vlakbij de cabin (soort zomerhuisje) waar wij sliepen. Iedere ochtend vroeg op om een  uur vanaf de kant te werpen met lepels en proberen wat snoek en forel te vangen.

De cabin ligt aan een nauwe doorgang van 2 meren. Doordat het water hoog stond en van het ene in het andere meer liep was er een mooie stroming met een grote “pool” daarachter. Daarin verzamelden zich vele snoeken.I edere ochtend was het dan ook wel raak: 4 tot 8 snoeken in 1 a 2 uur vissen. De laatste dag van de 4 visdagen was het echt goed raak. Na ongeveer een kwartier een mooie snoek van 90. Een paar worpen later de grootmoeder van het stel, een snoek van 107 cm (zie foto). De snoek weer teruggezet en weer mijn lepel ingeworpen. Direct de eerste worp: klabam weer een flinke snoek er op. Deze voelde nog groter dan de vorige en visioenen van een nieuw record (staat op 109 cm) doemden al op. Na een lange dril, kwam de snoek in zicht. Dat “viel toch wel tegen”, ongeveer een meter schatte ik ‘m. Maar wat was nu het geval? Ik had de snoek net achter de kop in de rug gehaakt. De snoek had de lepel vast en zeker net gemist. Daardoor lag de snoek wat raar in het water en tezamen de stroming leverde dit veel weerstand op. De snoek haalde ik langzamerhand dichterbij totdat ‘ie in handbereik was. Zoals je op de foto kunt zien heb ik alleen klein schepnetje mee, die is voor het scheppen van forel. Snoeken pak ik altijd in de kieuwgreep. Deze snoek werd me toch wat te spannend, “wat als ik misgrijp en hij schiet weg” dacht ik bij mezelf. Immers de haak zat achter de kop, in plaats van gewoon in de bek. Daarbij leek het wel of het beest niet moe te krijgen was! Uiteindelijk waagde ik het erop, hengel volledig vertikaal, snoek vlak voor de voeten. Maar toen: de snoek nam nog een enorm schot, klabam, baitcaster van 300 piek dwars door midden. Tja dat heb je met dyneema zonder rek en (sukkel die ik ben) een volledig vertikale hengel waardoor de klap nooit kan worden opgevangen. Daar stond ik dan met een halve hengel een snoek te drillen die de overige helft vrolijk meesleurt het water door (zie foto). Uiteindelijk gaf de snoek het op en lag voor dood voor mijn voeten. Een snoek van 98 cm en een hengel van ongeveer een meter waren het resultaat. De snoek was echt uitgeput, dus op gang geholpen en daar ging ‘ie weer. Maar ik had nu de smaak te pakken: 3 snoeken in ruim een half uur: 90-107 en 98. Dus andere hengel gepakt en een paar worpen verder: boem weer een snoek. Een grote, maar deze gaf wel erg weinig tegenstand. Wat denk je: de “lastige” snoek van 98 cm nu niet achter z’n kop gehaak, maar in z’n staart!!! De snoek was vast zo moe dat ‘ie als een dood vogeltje gewoon in de stroom is gaan liggen, waarna ik m’n lepel over ‘m heen haalde. Ik kon de snoek zo binnenhalen, weer onthaakt en nu een stukje verderop buiten de stroming maar weer teruggezet!

In totaal in 4 dagen 40 snoeken gevangen, waarvan 2 meters, de bovengenoemde van 107 en nog 1 van 100 cm (zie andere foto). Door mijn collega werden ook nog eens 25 snoeken gevangen waaronder enkele negentigers. Kortom een zeer geslaagde vistrip, volgend jaar weer!

Hartelijke groeten van Klaas Berger

Klaas met een slanke maar prachtig getekende snoek van 100cm precies uit Canada.

Klaas aan het drillen met een halve hengel, foutje bedankt.

Klaas met een 107cm lange snoek uit Canada.

Kanjersnoek!

De zomer is voorbij. De nachten zijn een stuk frisser geworden en overdag wordt de 20 0C niet meer bereikt. De grutto's en zwaluwen zijn al weg en de kieviten worden onrustig. Heel voorzichtig is de herfst begonnen, al hangen de meeste bladeren nog aan de bomen. De echte herfststormen moeten nog komen. Nu in de vroege herfst is het weer nog mild, maar is de menselijke drukte op en rond het water grotendeels verdwenen. Het water zelf is niet meer zo warm als in de zomer, en de roofvis is een groter gedeelte van de dag actief. Dit is de ideale tijd om op dieper water achter de grote snoek aan te gaan. 

Met het frisser worden van de nachten en het korten van de dagen begint het Teye en mij te kriebelen om op grootwild-jacht te gaan in "onze" zandafgra­ving. We zijn beide ver­knocht aan kunstaasvissen maar we weten uit ervaring dat je voor grote snoek op groot water in het najaar veel betere kansen hebt met gesleept dood aas. We besluiten voor de eerste keer van het seizoen een schot te wagen.

Voordat de zon boven de kim is verschenen tillen we Teye's boot in het water en geven vistassen, dieptemeter en hengels een plekje. Teye heeft ook zijn pas-aangeschafte electromotor meegebracht, dus vandaag wordt een luxe dag. We duwen het bootje naar dieper water en stappen in. Heerlijk in de vroege herfst 's morgens vroeg het grote water op. Boven dieper water aangekomen hangen we ieder een haring van zo'n 30 cm aan onze takels. Een schuifende haak door de neus van de haring en twee dreggen maatje 2 op 1/3 en 2/3 in één flank. Daarna trekken we de haring krom door het draad van de takel door het siliconen-hulsje om de steel van de enkele haak te trekken. De haring zal tijdens het slepen nu langzaam gaan tollen, en een dergelijke haring in "stervensnood" is onweerstaanbaar voor snoek. Tussen de takel en de lijn zit een wartel met kogellagertjes met daarvoor een wartelloodje om kinken van de lijn te voorkomen. Zelf schuif ik over de wartel aan de voorkant van de takel nog een rubber imitatie-inktvisje. Dat wapperende rokje 20 cm voor de haring moet de snoek extra prikkelen. Als dobber gebruiken we sigaar-vormige sleepdob­bers die Teye zelf maakt, welke middels een trolling-adaptor aan de lijn bevestigd zijn. Teye gebruikt een 1 3/4-ponds karperhengel van 3.50 m, zelf gebruik ik een tot sleephengel omge­bouwde matchhengel van 3.65 m met een testcurve van 1 1/2 pond. Beiden hebben we een baitrunner als molen, zodat bij een aanbeet een snoek lijn kan nemen zonder dat veel weerstand gevoeld wordt.

Teye zet zijn stuitje op 2 m, hij vist aan de buitenkant dus de ondiepe kant, ik begin op 5 m. Met de electromotor stuurt Teye ons geruisloos over dieptes tussen de 4 en 10 m heen. Bij de eerste bocht is het raak voor Teye. Zijn dobber schiet weg. Helaas slaat hij een gat in de lucht. De tandafdrukken op de haring geven aan dat het om een "kleintje" van een cm of 80 ging. Bij een diep stuk voor een grote rietkraag verdwijnt zijn dobber opnieuw onder water. Weer mis. Shit! Teye vloekt als hij de nieuwe verwondingen op zijn haring ziet. Je hebt van die dagen! Het was vast weer een kleintje moeten we maar denken. Voor de rietkraag gaan we even voor anker liggen, Teye weet zijn twee missers enigszins te compenseren door een snoekje van 65 cm aan een zelfbouw-spinnerbait te vangen. Het weer is bijkans ideaal: een lichte sluierbewolking met een zuidoostenwind kracht 3 die voor een kabbel op het water zorgt.

Om half tien gaan we anker op en glij­den naar wat wij de hotspot noemen. Hier loopt onder water een ondiepe rug tot in het diepe water ver van de kant. Op de hotspot had Teye twee jaar geleden eens twee meter snoeken op een dag weggevangen. Beide ook op een haring. We praten over die vangst en het feit dat we sindsdien geen succes meer op de hotspot, of op ander plaatsen op ons water, gehad hebben, hoe vaak we het ook probeerden. En we spreken over"de anderen" die het dan wel lukt metersnoeken te vangen. Petrus kan dit klagen blijkbaar niet langer meer aanhoren want opeens is mijn dobber weg. Dat zal wel weer een vastloper zijn, want ik vis redelijk diep. De beugel van de molen open, er wordt lijn genomen maar niet snel. Drijft de boot af? Maar de dobber komt in ieder geval niet meer boven en de lijn stopt af te lopen. Teye draait snel zijn spullen binnen. Mijn hart bonkt in mijn keel. Ik wijs met de hengel naar de plaats waar mijn nylon onder water verdwijnt, draai met licht trillende vingers strak totdat ik contact voel en haal dan de hengel naar achteren. Vast! Zij hangt! Veel weerstand geeft deze vis niet en ik kan gemakkelijk 10 m lijn binnenpompen. Dan buigt de hengel opeens dieper en dieper. Toch groter dan 80 cm dus. De dobber is even zichtbaar met daaronder een schim. De snoek duikt onder de boot en de buigende hengeltop geeft de richting aan waar de vis zwemt. Ik probeer de vis omhoog te krijgen maar er verdwijnen steeds meer ogen van de hengel onder water. Dan krijst de slip het uit. Dit is meterwerk zeg ik tegen Teye. Wat een kracht! Het gaat nog wel even een tijdje duren. Een blik op mijn horloge verteld mij dat het 10 voor 10 is. Teye is ondertussen begonnen foto's te maken. Onze harten kloppen sneller. We overleggen hoe we het beste de vis kunnen landen; vanuit het kleine bootje of uitstappen en vanaf het strandje vlakbij. De snoek is even aan de oppervlakte. We zien een staart uit het water steken zo groot als twee handen. Twee echte handen. Twee van die kolenschoppen. Dat wordt dus landen vanaf het strand­je. Kolkende wellingen achterlatend duikt de snoek weer de diepte in. Meters lijn worden door de slip ge­scheurd.

Na nog enkele runs ligt de snoek in het oppervlak en probeert het electro­motortje de boot met twee opgewonden vissers en een grote snoek tegen de wind in naar het strandje te duwen. Het strandje is maar 50 m verwijderd, maar de snoek remt vreselijk af. We vorderen centimeter voor centimeter. De snoek komt weer bij en duikt opnieuw door de slip de diepte in. Het gevecht begint gewoon weer opnieuw. De kracht van deze vis is werkelijk formidabel. Zo iets hebben we beiden nog nooit meegemaakt. Na een paar runs ligt de snoek opnieuw aan de oppervlakte en glijdt het bootje over de ondiepe plaat richting strand.

Ik stap uit in het laarsdiepe water, met een inmiddels pijnlijke onderarm, en pomp de snoek decimeter voor decimeter naar me toe. Goh, wat een knoert! Teye heeft het bootje verderop gestrand en komt door het ondiepe water aanlopen. ook hij schrikt van de afmetingen. Ik was van plan de snoek met de hand te pakken, maar deze vis is gewoon te groot! De snoek zwemt nu op mij af. Ik hou mijn laarzen tegen elkaar, stel je voor dat zij daar tussen door zwemt... We besluiten het net te gebruiken. Teye gaat het net uit de boot halen. Opeens neemt de snoek een spurt in het 30 cm diepe water richting het talud 20 meter verderop. Als de snoek het talud haalt en de diepte in duikt zal het nylon over de rand schuren. Ik voer de druk op, maar de kracht-explosie is niet te stoppen. De lijn wordt weer moeiteloos van de molen­spoel gegrist. De snoek is nu nog 1 meter van het talud. Ik druk mijn wijsvinger tegen de spoel en hang werkelijk in de hengel. Net boven de glooiing keer ik de vis. Nogmaals pomp ik met een pijnlijke rechter-arm de snoek naar ons toe. Het lichaam van deze vis is zo hoog, we krijgen het net er niet eens onder! Een paar stappen naar dieper water en daar lukt het Teye met moeite om het net er vanaf de staart onder te schui­ven. Het net heeft armen van één meter, maar is toch eigenlijk te klein. We tillen het net samen naar de kant. Poeff, nu merken we pas hoe zwaar deze snoek is. Het is kwart over 10.

De snoek zit mooi voorin gehaakt aan de achterste dreg van de takel. Op de kant knip ik meteen de andere haken los en wip dan met een tang het dregje uit de bek. Nu even de wetenschap bevredigen. De lengte is 117 cm (ergens had ik gehoopt op 1.20 m). Wegen. Teye's unster gaat tot 12 kilo. De naald klapt dan ook meteen tegen het eind. Hoe zwaar is deze vis? 26 pond? 30? 28? De snoek is 1 cm korter als mijn lengte-record, maar duidelijk zwaarder en veel en veel sterker. Wat maakt ons het exacte gewicht ook uit, we hebben in ieder geval optimaal genoten van de vangst. Met mijn 1/2 -ponds hengel heb ik 25 minuten moeten drillen.

Na een serie foto's zetten we de mooie dame voorzichtig terug. Ze wacht even en zwemt dan in één keer naar het diepe water. Wellicht geeft ons dat nog de meeste voldoening. De EOS 100 begint terug te spoelen: Teye heeft het filmpje volgeschoten, en terecht. Zoiets maak je niet ieder seizoen mee. Voor dit soort vangsten ga je het grote water op. We feliciteren elkaar met deze kanjersnoek, want je vangt zo'n vis als team en beleeft het samen. Terug in de boot op het water begin ik, verkerend in een droom-toestand, een nieuwe takel aan te knopen. Voor mij is deze visdag, wat zeg ik, dit visjaar al volmaakt. Na ongeveer 8 keer verkeerd aanknopen vis ik ruim een half uur later weer met een haring. We slepen verder. Als ik mijn haring een keertje controleer blijken er tand-afdrukken in te staan. Ik heb een snoek gemist, dikke prutser! Maar het kan me weinig schelen. Het wordt ondertussen zonnig en steeds warmer. Het wordt te mooi weer, te rustig. We beleven dan ook niets meer totdat we 's avonds om half zeven, als de zon begint te verdwijnen, ophouden. Maar de komende dagen zal ik in een roes leven. Een roes veroorzaakt door een beresterke kanjersnoek!

Diederik Terlaak Poot

Diederik met zijn prachtig getekende snoek van 117cm

Uw verhaal met foto hier???

Mail naar:

Dick@metersnoeken.nl