Zonder javascript worden de tweets niet getoond.
 Advertentie

 Laatste reacties
 Meest gelezen

 

 


Spro

Doodaasvissen (deel 3)
Geschreven door Freek Cox
15 februari 2009 16:33

Tactiek

Zoals ik beschreven heb in het eerste deel, heb ik op verschillende types water statisch met doodaas gevist. Mijn voorkeur gaat uit naar groter, maar vooral ook dieper water. Ik moet altijd het gevoel hebben dat er een kapitale vis (boven de 1.25) rond kan zwemmen. In de praktijk vis ik dan voornamelijk op zandafgravingen die dieper zijn dan 10 meter. Om de goede stekken te lokaliseren, gaan we meestal met de boot de plas op, tenminste als dat toegestaan is, en brengen zo de plas in kaart. Anders moet de peilhengel eraan te pas komen. We zoeken dan naar dieper gelegen taluds. Je hebt geen 15 stekken nodig om er een seizoen te kunnen vissen. Een paar goed gekozen stekken is meer dan voldoende. Als je die goed leert kennen, zullen ze hun geheimen prijsgeven.
Ik vis meestal met 2 hengels, maar waar mijn 3 hengel vergunning het toelaat, wordt er een extra hengel bijgezet. Met de eerste 2 hengels vis ik altijd op de standaard manier; een bewezen aasvis zoals sardien of spiering op 6 tot 8 meter diepte. Met die extra hengel probeer ik altijd wat nieuwe dingen, of vis ik op stekken waar ik eigenlijk niet veel verwacht. Zo vis ik wel eens met een staartstukje makreel dat ik met een stukje balsahout “pop-up” maak. Ik bied het dan net achter het riet op 2 tot 4 meter diepte aan. Deze tactiek heeft me toch enkele bonus vissen opgeleverd. Als aasvis probeer ik met die hengel ook wel eens zoetwatervis uit, maar dat heeft nog geen succes opgeleverd. Ook wil ik wel eens een spiering op dieper water leggen, zo tussen de 10 en 15 meter, in de hoop eens een snoekbaars te vangen. Ik heb slechts een snoekbaars op die manier gevangen, maar wel al enkele snoeken waaronder een van de 108cm vissen die ik vlak na elkaar ving.

Deze vis trapte in het zwevend aangeboden stukje makreel.

“Hit and run” tactiek
Wat erg opvallend is met het doodaasvissen, is dat we in 80% van de gevallen binnen 2 uur een aanbeet krijgen. Hebben we binnen die tijd geen aanbeet gehad, dan nemen de vangkansen af. De kans blijft natuurlijk dat je droomvis na 2 uur vissen langs komt. De eerste 2 uur op een stek zijn dus het effectiefst. Om die reden vis ik op meerdere stekken per sessie. Dat kun je op 2 manieren doen. Je kunt verhuizen en een andere plek opzoeken om verder te gaan vissen. Dat heeft als nadeel dat je je spullen in moet pakken en weer op moet zetten wat kostbare vistijd kost. Het voordeel is dat je het water waar je vist steeds beter leert kennen. Als je zo te werk gaat met een vismaat en solo vist kun je in een dag 6 stekken bevissen. Als je dat 3 weekends doet, heb je een aardig beeld van de stekken waar snoeken zich ophouden. Die stekken kun je intensiever gaan bevissen.

Als je met een vismaat vist, moet je er natuurlijk wel tegen kunnen als hij de vis vangt en jij even niet. Hier ‘troeft’ Jeroen mij even  af op een prachtige winterdag.

Een andere manier om de “hit and run” tactiek toe te passen is op een brede stek met een variërend bodem verloop. Een van de stekken die ik veel bevis is een lange steiger. Aan de rechter kant van die steiger ligt een zandbank. Na de zandbank wordt het snel weer diep. Links van de steiger is het meteen al diep. Ik begin nu vaak met 2 uurtjes links van de steiger te vissen. Na 2 uur verplaats ik het aas en werp over de zandbank heen aan rechterkant van de steiger. Zo vis ik op totaal andere stukken van het water, maar hoef ik mijn opstelling niet te verplaatsen. Mocht ik in de eerste 2 uur een aanbeet gehad hebben dan laat ik vaak een hengel op die stek liggen. Ik kan dat niet met cijfers onderbouwen maar die stek heeft dan mijn vertrouwen gewonnen.
Vooral de laatste tactiek, vanuit een positie op de kant op verschillende stekken vissen heeft mij veel vis opgeleverd.

Deze vis van 108cm wist ik te vangen nadat ik mijn aas na 2 uur op een andere plek ingeworpen had. Ik hoefde toen niet lang te wachten op de aanbeet.

Voeren

Ik ben er nog steeds niet helemaal van overtuigd dat voeren met vis dagen voordat je gaat vissen echt veel meer vis gaat opleveren, maar ik ben wel van mening dat het, mits met mate,  geen negatief effect op de vangsten zal hebben. Ik vind het voeren een leuke bezigheid. Je bereidt je sessie zo optimaal voor. Je moet minimaal een of meerdere keren naar je stek toe en raakt op die manier met je stek vertrouwd. Zo kom je ook sneller dingen tegen waar je van te voren geen rekening mee gehouden hebt. Zoals bijvoorbeeld de noodzak om een rodpod mee te nemen, omdat de basalt blokken wel erg hoog opgestapeld liggen. Ik voer meestal met stukken makreel omdat die vis relatief het goedkoopst is. Ik snijd de makreel in 3 of 4 stukken, afhankelijk van de grootte. Het staartstuk bewaar ik om er eventueel nog eens mee te kunnen vissen. Ik voer dan meestal een of twee dagen van te voren een halve kilo op een stek. Op de 2de en eventueel 3de stek voer ik meestal niet. Niet omdat ik daar een gegronde reden voor heb, maar meer “in naam van de wetenschap” om er zo achter te komen of het echt wat uitmaakt. Het probleem van het doodaasvissen op groot water is dat je over het algemeen niet veel vangt per sessie. Vang je een vis na een voercampagne, dan wil dat statistisch niets zeggen. Vang je 2 vissen, dan wil dat ook niets zeggen. Dat gebeurt ook wel eens zonder dat je gevoerd hebt. Het is dus moeilijk om er conclusies aan te verbinden. Ik laat de cijfers nog even spreken; Ik heb 4 keer 2 vissen boven de meter gevangen op een dag en 3 van de 4 keer had ik van te voren gevoerd. Ik heb ook vaak genoeg niets gevangen na een voercampagne.

Een van de vissen die ik na een voercampagne wist te vangen.

Nachtvissen

Alles wat ik tot nu toe beschreven heb gaat om sessies gedurende de dag. We hebben ook wat ervaring opgedaan met nachtvissen. Tijdens het karpervissen werd de derde hengel wel eens voorzien van een zeevisje in plaats van een boilie. De successen waren wisselend. Ik heb een keer gehad op een locaal putje van nog geen 5 hectare dat ik mijn sardientjes opgevist heb en 2 slanke snoeken ving en 2 palingen en wat aanbeten mis sloeg. Die nacht ving ik ook nog eens 7 karpers en een brasem. Gekkenhuis! Op groot water bleef de aasvis vaak onaangeroerd. Wel werden er flinke palingen gevangen die de metergrens zeker haalden. En dat op sardines van 20cm! Foto’s heb ik er niet van, want ze wisten meestal via het riet te ontkomen als ze eenmaal op de kant waren. Soms uitgebogen dreggen achterlatend. Wat een kracht als ze zich aan iets vastgeklampt hebben.
De laatste 2 seizoenen op de zandafgraving waar mijn persoonlijk record vandaan komt vangen we geen grote vissen meer. We vroegen ons af of er dan toch dressuur was ontstaan. Erik wilde de proef op de som nemen door er een paar nachtelijke sessies te vissen. Eind december moet je daar goed op voorbereid zijn. Al meteen de eerste sessie ving hij een dikke snoek van 110cm. Dat nachtvissen gaat het helemaal worden. De 3 sessies daarna wist hij slechts een visje van 80cm te vangen en dat gebeurde ook nog eens toen het net licht werd. Missie geslaagd? Je vangt niet elke dag een vis van 110, dus wel de moeite waard, maar tot nu toe niet zo effectief als de eerste sessie deed vermoeden. Als het weer ernaar is, wil ik zeker verder experimenteren.

Midden in een decembernacht een snoek van 110cm vangen lijkt me toch iets bijzonders hebben.

Niet alles dat piept is ook snoek
In mijn begindagen, nog op het locale Brabantse putje, werden er veel aanbeten gemist. We vroegen ons dan wel eens af of het niet iets anders zou kunnen zijn dan snoek. Zoals er al geschreven is, vingen we ook wel eens een snoekbaars en paling, maar ik heb nog andere dingen gevangen. Zo heb ik een keer een krab gevangen die mijn sardien onweerstaanbaar vond. Je krijgt waarschijnlijk als doodaasvisser wel vaker korte rukjes aan je lijn. Die zijn meestal afkomstig van krab. Het houdt je scherp.

Je staat wel even vreemd te kijken als deze boven komt…en dan het onthaken nog!?

Toen ik weer last van krabben had en mijn hengel inhaalde dacht ik weer een krab gevangen te hebben, maar dit keer kwam er een brasem boven van nog geen 30cm keurig gehaakt in zijn bek. Waarschijnlijk doet ook witvis zich tegoed aan je aasvis als ze daar de kans voor krijgen. Verder heb ik meer dan eens staan touwtrekken met aalscholvers die feilloos je aasvis weten te vinden. Gelukkig heb ik er geen gehaakt want dat lijkt me een nachtmerrie.
Voor mijn mooiste bijvangst en als afsluiting van deze serie artikelen, wil ik de een na laatste sessie van 2008 in het kort beschrijven.

Het was mooi rustig winterweer, het type weer waar ik toch het meeste in vang. Ik had niet veel tijd, maar wilde er zo na de kerstdagen wel even tussenuit. Effectief 3 uurtjes vissen is dan de manier. De hengels lagen in. Een beaasd met een sardien en met een onderhands worpje op een meter of 7 diepte gelegd, de andere hengel met een spiering op een diepte van 11 meter. Ik had net mijn ontbijt op en zat naar een voorbijkomend visbootje te kijken, toen ik een piepje kreeg. Het was nagenoeg windstil, dus waarschijnlijk weer eens last van krabben die mijn sardien niet met rust konden laten. Weer twee piepjes en nog een. Erg twijfelachtig, maar ik had de hengel voor de zekerheid toch maar in mijn hand genomen. Ik gaf wat lijn. Zag ik het goed? Er werd inderdaad lijn genomen. Ik twijfelde geen moment en sloeg aan. Het inmiddels vertrouwde gebonk aan de andere kant verraadde een knappe vis. Ik had niet al te veel moeite met haar en loodste haar richting eindstation; een tijdelijk verblijf op het droge. Toen ze klaar was voor de landing, zag ik dat ze wel goed gehaakt zat maar dat slechts een dregpunt voor in de bek zat. De andere dreg hing los. Altijd lastig om vanaf een steiger een vis zonder net te landen, maar het risico van haken die in het net zouden kunnen komen met alle gevolgen van dien, deed mij besluiten voor een alternatieve landing. Het net werd onder de vis geschoven en plat op mijn buik kon ik met mijn onthakingstang de dreg loskrijgen. Vervolgens pakte ik haar in de kiewgreep en bracht haar in veiligheid. Een vismaat was op dat moment erg handig geweest. Meten en foto’s maken. Ze haalde net de meter. Wat een begin; binnen 25 minuten alweer een metervis. De twee dreggen van de onderlijn waren inmiddels in het net gaan zitten, altijd lastig haken en netten. Ik was bezig ze uit het net te halen toen ik een harde aanbeet kreeg op mijn andere hengel. De swinger was al losgeschoten en de vis nam snel lijn. Even niet kijken, dacht ik, en me concentreren op die ene dreg die nog maar aan een vezel vast zat van het net. Los. Meteen hengel pakken en de haak zetten. Ik leek wel aan een betonblok vast te zitten. De 3 ponds hengel met 65ponds lijn had moeite om de vis van zijn plaats te krijgen. Stukje bij beetje won ik terrein. Ik miste de runs die ik normaal wel kreeg bij een grote snoek. De vis bleef op haar plaats bonken. Dan kwam ze weer wat dichterbij. Zo ging het even door, totdat ik een schim van haar zag in het heldere water. Het was geen kapitale snoek maar een kapitale snoekbaars. Hier ging mijn hartje wel even wat sneller van kloppen. Ik was blij dat ik het net weer voorhanden had, want heel erg veel ervaring met het landen van dikke snoekbaarzen vanaf een steiger met de hand had ik niet. De twee dregjes maat 6 waren niet te zien. De landing moest dus verder geen probleem zijn. Toen de vis helemaal uit het water was zag ik pas wat voor een monstersnoekbaars ik gevangen had. Ik was er gewoon nerveus van geworden. Snel foto’s maken. Dit keer toch maar 4 foto’s in plaats van de gebruikelijke 2 en snel weer terug zetten…o ja ook nog meten. Zou ze een meter zijn? “helaas” kwam ze 3 cm te kort om een magische grens te overschrijden, maar mij maakte het niet uit. 97cm en kogelrond. Binnen een half uur een mooie snoek en een droomvis.

Niet de kapitale snoek van boven de 1.20 waar ik al jaren naar op zoek ben, maar minder blij ben ik er niet mee!

Tot zover mijn bijdrage over dood aas vissen. Misschien komende zomer wat nachtelijke sessies op snoek met dood aas. Of misschien in Zweden met dood aas aan de gang.

Met vriendelijke groet

Freek Cox

Reacties (4)
Aantal keer bekeken: 6530


1. Geplaatst door: arno op 24 november 2011 20:14

wel gaaf zo vissen he ik vis zelf ook met dood aas en 115 is de grootste ben wel een bak van een vis verspeeld van uit de belly boot ik heb jou artikel uit geprint dan kan ik het nog na lezen en er van leren bvd gr arno ps de grootste is 116 van uit de belly boot


rapporteer

2. Geplaatst door: mark op 24 november 2011 20:14

Goed en leerzaam artikel Freek, er zaten herkenbare dingen bij, het is mij ook opgevallen dat de meeste aanbeten vaak binnen twee uur vissen komen. Doodaasvissen is ook een van mijn favoriete manieren van vissen, mede dankzij de colum megasnoek van Co Sielhorst (een aanrader voor iedereen die geintresseerd is in doodaas vissen.)


rapporteer

3. Geplaatst door: Freek Cox op 24 november 2011 20:14

Co is ook absoluut mijn voorbeeld geweest. Ik zat elke vrijdag te wachten op megasnoek. Erg creatief bezig; sinasappelnetjes, kipfilet en zo nu en dan een dikke vis. Jammer dat hij ermee gestopt is.


rapporteer

4. Geplaatst door: Ronnie & bouk op 24 november 2011 20:14

Hej Freekie, Mooi verhaal! We gaan van de zomer wel een keertje mee vissen, by the way, Sofie al een lekker ding? Kusje van ons


rapporteer



Reageer op een constructieve manier of loop de kans dat uw reactie wordt verwijderd.

 


Gehost door: www.bletro.nl